Onroerendezaakbelasting

Als u op 1 januari van het belastingjaar eigenaar of gebruiker bent van een onroerende zaak (bijvoorbeeld een woning, bedrijfsgebouw, stuk grond) betaalt u onroerendezaakbelasting (OZB). 

Er zijn twee soorten OZB: een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting. De eigenarenbelasting geldt voor woningen en niet-woningen. De gebruikersbelasting geldt alleen voor niet-woningen.

Met wijzigingen door bijvoorbeeld verkoop, verhuizing of overlijden in de loop van het jaar wordt geen rekening gehouden. Bij verkoop verrekent de notaris de eigenarenbelasting meestal met de nieuwe eigenaar.

Woning of niet-woning?

Als de waarde van het woongedeelte minder dan 70% deel uitmaakt van de totale waarde van de onroerende zaak, is voor de OZB sprake van een niet-woning. Is de waarde van het woongedeelte 70% of meer van de totale waarde, dan is voor de OZB sprake van een woning.

De grondslag voor de eigenarenbelasting is gelijk aan de totale WOZ-waarde van het object. De grondslag voor de gebruikersbelasting voor niet-woningen is gelijk aan de waarde van het niet-woninggedeelte. 

Kosten

Het bedrag van de aanslag OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde. Bij de berekening van de tarieven is rekening gehouden met de wijzigingen van de WOZ-waarden. Het OZB-tarief daalt naarmate de (totale) WOZ-waarde stijgt. Andersom stijgt het OZB-tarief als de (totale) WOZ-waarde daalt.

Voor het belastingjaar 2019 gelden de volgende tarieven:

  • Eigenarenbelasting woningen: 0,1239% (2018: 0,1259%)
  • Eigenarenbelasting niet-woningen: 0,2690% (2018: 0,2618%)
  • Gebruikersbelasting niet-woningen: 0,1967% (2018: 0,1936%)

Rekenvoorbeeld

Voor een woning die in 2018 een WOZ-waarde had van bijvoorbeeld € 300.000,- moest in 2018 0,1259% OZB betaald worden. Dat is € 377,70. Stel dat de waarde van deze woning voor 2018 is gestegen tot € 318.000,-, dan moet daarvoor in 2019 0,1239% OZB betaald worden. Dat is € 394,-. Dat is een stijging van € 16,30.  

Uitgelicht